Wat is longkanker?
Omdat longkanker in een vroeg stadium vaak nog weinig klachten geeft, wordt deze soms pas laat ontdekt. Er zijn vier stadia waarin longkanker kan worden gevonden.
Stadium diagnose longkanker

Risicofactoren longkanker
Roken is de belangrijkste oorzaak van longkanker. Dit geldt voor mensen die zelf roken, maar ook voor mensen die lange tijd meeroken met anderen. Daarnaast kunnen andere factoren de kans op longkanker vergroten. Bijvoorbeeld blootstelling aan schadelijke stoffen zoals asbest, radon, dieseluitlaatgassen of bepaalde stoffen op het werk. Ook luchtvervuiling kan een rol spelen.
Verder neemt het risico op longkanker toe naarmate mensen ouder worden. Ook kan een familiegeschiedenis van longkanker invloed hebben. Mensen die eerder bepaalde longaandoeningen hebben gehad of bestraald zijn aan de borstkas, hebben soms ook een verhoogd risico.
Vaak ontstaat longkanker door een combinatie van factoren. Van alle risicofactoren is roken de belangrijkste oorzaak die u zelf kunt beïnvloeden.
Er is niet één duidelijke oorzaak van longkanker. Wel zijn er dingen die het risico op longkanker groter maken. De belangrijkste oorzaak is roken. Maar mensen die nooit hebben gerookt, kunnen ook longkanker krijgen.
Longkanker is meestal niet erfelijk. Als het vaker voorkomt in een familie, komt dat vaak door dezelfde leefstijl, zoals (mee)roken. Soms spelen erfelijke factoren toch een rol. Dan is de kans op longkanker iets groter.
In het begin zijn de klachten en symptomen van longkanker meestal vaag. U kunt bijvoorbeeld veel hoesten of moe zijn. Deze klachten lijken op een griepje of verkoudheid. Daarom gaan mensen vaak pas laat naar de (huis)arts en wordt de diagnose longkanker laat gesteld.
Symptomen die kunnen wijzen op longkanker zijn:
- veel slijm in de longen
- droge prikkelhoest die weken blijft
- bloed in opgehoest slijm
- benauwdheid of kortademigheid
- longontsteking die niet overgaat, ook niet met antibiotica
- heesheid zonder keelpijn
- een zwelling in de nek of het gezicht
- pijn op de borst
- rugpijn of pijn bij de schouders.
Longkanker is niet één ziekte. Er zijn verschillende vormen. De twee meest voorkomende vormen zijn niet-kleincellige longkanker en kleincellige longkanker. Er zijn ook zeldzame vormen: mesothelioom en neuro-endocriene tumoren van de long.
De vier hoofdgroepen zijn:
- Niet-kleincellige longkanker komt voor bij ongeveer 8 van de 10 mensen met longkanker.
- Kleincellige longkanker komt voor bij ongeveer 1 op de 10 mensen met longkanker.
- Het mesothelioom heet ook wel borstvlieskanker of asbestkanker, omdat hij meestal ontstaat door asbest. Dit is een kwaadaardige vorm van kanker in de vliezen van de borstkas, longen of luchtwegen.
- Neuro-endocriene tumoren ontstaan in de neuro-endocriende cellen van de long.
Binnen deze hoofdgroepen bestaan nog meer soorten met hun eigen kenmerken.
Ja, ook mensen die nooit hebben gerookt kunnen longkanker krijgen. Roken blijft de grootste boosdoener: bijna negen op de tien longkankerpatiënten in Nederland hebben (ooit) gerookt. Maar longkanker kan ook ontstaan door andere oorzaken, zoals erfelijke aanleg, blootstelling aan schadelijke stoffen of luchtvervuiling. Vaak blijft de precieze oorzaak onbekend.